|
De oorlog in Hoorn - 1
BEZET en ONDERDRUKT
In 1939 viel Duitsland Polen binnen. Die agressieve daad deed Nederland ook op zijn hoede zijn. De militairen werden opgeroepen zich te melden. Het leger werd gemobiliseerd en in paraatheid gebracht om een aanval direct te kunnen afslaan. De oorlog brak op 10 mei 1940 uit.
Na 5 dagen strijd gaf Nederland zich over. De zandzakken voor de deuren konden worden opgeruimd en het plakband kon van de ramen worden afgehaald. In Hoorn was niets beschadigd.
e eerste Duitse soldaten kwamen naar Hoorn en werden ondergebracht in Hotel 'Het Witte Paard'. Voor dag en dauw marcheerden zij stampend door de straten. Dit uiterlijk machtsvertoon maakte de mensen bang. Sommige Nederlanders zagen wel wat in de ideeën van de Duitsers en vormden groepen die met hen samenwerkten. Dit waren de NSB-ers en de Jeugdstorm (voor de jongeren). Zij marcheerden krijgshaftig door de straten, jongens en meisjes in aparte groepen.
Anderen bekeken hen met scheve ogen en vonden dat zij heulden met de Duitsers.
In de herfst van 1940 viel de duisternis over Hoorn, want licht mocht niet gezien worden in het donker. Dus geen lantaarns, geen fietslicht en gordijnen goed dicht! De Duitsers verklaarden veel gebieden tot verboden terrein. Bij Het Baatland en de Nieuwe Weg naar Blokker werden barakken neergezet voor de opslag van munitie en militaire goederen. Het terrein werd afgezet met prikkeldraad en borden waarschuwden voor het gevaar en voor neerschieten bij overtredingen van het verbod.
ONDERSCHEID, LEGITIMATIE EN AANMELDING
Op 17 oktober 1940 werd het algemeen persoonsbewijs verplicht. Met nauwkeurige tellingen en behulp van de aanwezige administraties had het regime in beeld wie waar woonde.
Er woonden volgens de tellingen 41,5 Jood in Hoorn. Dit waren voljoden, halfjoden en kwartjoden. Hen werden nog meer verboden opgelegd.
Zij mochten bijv. niet de plantsoenen in en joodse kinderen mochten niet meer naar school. Aan caféhouders droeg het gezag op Joden te weren. Men hing dan ook bordjes op "Voor Joden Verboden". Bij winkeliers zag men deze borden ook wel.
De uit Duitsland gevluchte Joden werden stateloos verklaard en geïnterneerd op het Oostereiland, bijgenaamd de Krententuin. Al in juli 1940 werden van daaruit 11 personen naar Westerbork afgevoerd. Het kenmerk dat de Joodse bevolking moest onderscheiden van de rest van de bevolking was in eerste instantie zichtbaar op het persoonsbewijs. Per 3 juli 1941 moest daar een "J" op aangegeven zijn. Ook in Hoorn kwam op 29 april 1942 voor de joden de verplichting 'De Ster' te dragen. Zij kregen het bevel naar Amsterdam te vertrekken. Vanaf een centraal punt in de stad was het afvoeren van de Joden naar de kampen gemakkelijker!
De illegaliteit haalde de mensen weer terug en liet hen in Hoorn en omgeving onderduiken. Dit was erg gevaarlijk. Mannen en jongens moesten zich melden voor de Arbeidseinsatz op 26 mei 1941. Om niet naar Duitsland te hoeven doken velen onder.
Een heel opvallend onderduikadres was het pand achter het Grote Oost nr. 6, waar de Duitsers hun Orts-Kommandantur hadden. Hier woonden twee onderwijzeressen die onderdak verleenden aan totaal zeker twintig mensen. Duitsers vlakbij, als het ware in de achtertuin! Zo dichtbij, maar niet gesnapt! Toch kwamen de Duitsers achter een ander onderduikadres waar de onderwijzeressen ook mensen heen brachten. Een ondoordachte brief van een onderduiker aan een familielid bracht hen op het spoor. Er werd namelijk geschreven dat er een joods baby’tje geboren was. Het adres stond op de envelop. De baby is gered, maar de anderen zijn weggevoerd en niet meer terug gezien.
|